Al van klein kind af aan was duidelijk dat ik niet zoveel energie had als andere kinderen. De dagen dat ik gymles had, waren extra zwaar voor mij. Vanaf mijn 12e kreeg ik dan ook vrijstelling van de gymlessen.
Vanaf mijn 24e werd ik langzaam steeds wat zwaarder. Niet dat ik meer at, integendeel. Maar gezond eten vookwam niet dat de weegschaal elk jaar een paar kilo meer aan ging geven. Meer bewegen was echter geen optie: van vijftig meter hardlopen moest ik al drie dagen bijkomen en ook een rustige wandeling van een uurtje stond garant voor een paar dagen uitputting.
Toen ik bijna drieëndertig was, werd duidelijk dat ik – vermoedelijk al van kind af aan – schildklierpatiënt was. Mijn schildklier werkt te traag. Bovendien bleek dat ik een opnamestoornis van vitamine B12 heb. Beide ziektes samen waren verantwoordelijk voor mijn gebrek aan energie, mijn gewichtstoename en die waslijst van andere klachten die ik in de loop der tijd steeds erger ondervond.
Vanaf dat moment kreeg ik vitamine B12 injecties en ik ging schildklierhormoon gebruiken. Langzaam knapte ik op, maar het duurde enkele jaren voordat ik kon zeggen dat ik duidelijk herstel merkte. Het was natuurlijk ook moeilijk in te schatten voor mij, want waarschijnlijk ben ik mijn hele leven nooit echt gezond geweest. En dan weet je niet hoe dat voelt, dus neem je gauw genoegen met minder dan 100%.
Ik voelde me uiteindelijk weer zo goed, dat ik een zwangerschap aandurfde. Voordat ik wist dat ik ziek was, had ik besloten dat ik dat niet zag zitten. Ik kon in die tijd amper mijn werk, huishouden en relatie aan. Maar dankzij de medicijnen ontdekte ik hoe het was om je jonger dan 80 te voelen en ja, ik wilde toch wel graag kinderen hebben…
Het wonder geschiedde: ik werd ondanks mijn leeftijd en ziektegeschiedenis zwanger en kreeg een gezonde baby: Tommy. Dat niet alleen, ik kwam prima door de zwangerschap en de bevalling heen (uiteraard stond ik wel onder medisch toezicht) en was twee weken na de bevalling alweer volledig op de been!
Had ik een paar jaar eerder nog zo opgezien tegen een druk leven met een kindje erbij, nu ging het me allemaal prima af. Ik bleek vrijwel moeiteloos werk (drie dagen per week), huishouden, relatie, vrijwilligerswerk (tien uur per week) en het opvoeden van een ondernemende Tommy aan te kunnen. Ik heb zelfs een half jaar lang vier dagen per week gewerkt!
Een paar maanden geleden heb ik de stoute schoenen aangetroken en me ingeschreven bij een fitnesscentrum. Mijn belangrijkste doel was conditie opbouwen (ik moet wel een peuter bij kunnen houden!), maar als dat ook wat gewichtsverlies met zich meebrengt, is dat natuurlijk mooi meegenomen. Tenslotte heb ik nog steeds zo’n veertig kilo te veel aan mijn lijf.
Tot mijn grote verrassing vind ik sporten leuk! Mijn conditie is helemaal niet zo slecht als ik dacht en ik merk voor het eerst van mijn leven, dat het waar is wat iedereen zegt. Van sporten krijg je inderdaad meer energie! Dat had ik nog nooit aan den lijve ondervonden, en nu geniet ik er van!
De sportschool waar ik heen ga heeft ook een kinderopvangmogelijkheid. Dat was voor mij een vereiste, want als Jan in het buitenland zit, wil ik ook kunnen sporten. Tommy vindt het daar echter niet zo leuk. Niet dat de opvang niet leuk is, maar hij kan vanuit de opvangruimte mamma wel zien sporten, maar hij mag niet naar haar toe en dat vindt hij niet leuk!
Onlangs haalde ik hem ’s morgens uit bed. Tijdens het aankleden nam ik de plannen voor de dag met hem door:
“We gaan zo meteen wat eten en drinken, en dan gaan we in de auto rijden, en dan gaat Tommy met de andere kindjes spelen en dan gaat mamma sporten!”
Waarop hij een schattig bibberlipje kreeg en protesteerde: “Mamma nee sporte!”
Ik smolt.
Maar helaas voor Tommy… mamma gaat wèl sporten! Ik heb nog een jaar of dertig in te halen…